Gesteld door Otto op 20 mei 2010 – 199 stemmen

We wachten af..

We wachten af..

Bestuurders dienen het goede voorbeeld te geven.

Dat zou ook de wereld op zijn kop zijn. Wij zijn voor wetgeving waarin de salarissen van bestuurders in de publieke sector dálen (tot onder de premiersnorm) en we willen dat lonen van verplegers agenten en onderwijzers gewoon meestijgen met de markt.

De graaiers aan de top moeten worden aangepakt, eerlijker delen is het motto.
We stellen paal en perk aan de topinkomens. Als SP willen wij dat bestuurders in de publieke en semi-publieke sector niet meer verdienen dan de minister-president. We steunen het streven van vakbonden om alle werknemers onder de bedrijfs-cao’s te brengen, zodat er een koppeling komt tussen de hoogste en laagste inkomens en de tweedeling wordt tegengegaan.
Met minder macht voor aandeelhouders en meer macht voor werknemers willen we meer stabiliteit in grote ondernemingen brengen. Het voorstel van de SP is dat werknemers van die bedrijven vierjaarlijks de helft van de leden van de Raad van Commissarissen kunnen kiezen.
Banken die staatssteun ontvangen, mogen geen bonussen betalen. Bij de overheid en bij overheidsbedrijven stoppen we eveneens met het geven van bonussen. Bij andere bedrijven worden bonussen de komende vier jaar beperkt en daarna afgeschaft.
Het minimumloon en het sociale minimum worden bij de SP de komende jaren met in totaal 5 procent verhoogd. De minimumjeugdlonen vanaf 18 jaar worden verhoogd en op termijn gelijkgetrokken met de volwassen minimumlonen.
De SP heeft al heel wat werknemers gesteund in hun strijd voor een beter loon. Bijvoorbeeld de schoonmakers en de postbodes.

Dat is inderdaad niet fair. De salarissen van topbestuurders blijven stijgen, terwijl de lonen van de gewone werknemers jarenlang worden gematigd. GroenLinks vindt dat niet eerlijk en wil dat directeuren en andere topbestuurders een pas op de plaats doen en zich matigen. Zeker als het gaat om inkomens die betaald worden uit belastinggeld. Als het aan ons ligt, verdient in de publieke sector niemand meer dan de minister president. Dit maximum moet niet alleen gelden voor ambtenaren, maar voor de hele (semi) publieke sector: dus ook voor topbestuurders van ziekenhuizen, universiteiten, woningbouwcorporaties en allerlei zelfstandige bestuursorganen. Het kabinet moet dit wettelijk regelen. Op deze manier kiest GroenLinks duidelijk voor het eerlijk verdelen van de welvaart en het zorgvuldig omgaan met belastinggeld.

Deze vraag doet niet helemaal recht aan de werkelijkheid. Er was inderdaad in de afgelopen jaren sprake van salarisverhoging van ministers. Er lag een voorstel van Dijkstal, o.a. om de salarissen van ministers met 50% te verhogen, om meer in lijn met het bedrijfsleven te komen. Het kabinet stelde toen voor om eerst maar eens met 10% te verhogen, en op termijn met 30%. Dat is echter niet gebeurd, onder meer vanwege de economische crisis. Bestuurders zitten dus nog steeds op het oude niveau.
Alleen gemeenteraadsleden zijn er een klein beetje op vooruit gegaan. Wat de ChristenUnie betreft was dat ook redelijk gezien de werklast van veel gemeenteraadsleden.
Hier tegenover staat dat er wel wat versoberingen hebben plaatsgevonden in de beloning van bestuurders en volksvertegenwoordigers. Zo is de wachtgeldregeling versoberd, en is er een sollicitatieplicht ingevoerd.
In tijden van crisis vindt de ChristenUnie het echter ook niet gek om van ambtenaren te vragen hun loon wat te matigen. In veel sectoren is sprake van loonmatiging, en van de overheid, en haar ambtenaren, mag gevraagd worden om ook mee te delen en een voorbeeld te zijn.
Daarnaast zijn de inkomsten van de topambtenaren een aandachtspunt voor de ChristenUnie. Er zijn topambtenaren die meer verdienen dan hun minister. Bestaande situaties kunnen moeilijk worden aangepast, maar voor nieuwe situaties geldt dat niet alleen voor de bestuurders, maar ook voor (top)-ambtenaren de Balkenende-norm geldt.

Het is zeker zo, dat in bepaalde instellingen bestuurders een salarisverhoging hebben gehad, terwijl medewerkers op de nullijn zaten. Voor het CDA is dat geen vanzelfsprekende zaak. Bestuurders dienen voor hun organisatie een goed voorbeeld te geven en hiermee doen ze dat zeker niet. Tot zover het algemene verhaal. Want er zijn veel soorten bestuurders in ons land. In veel gevallen zijn salarisafspraken via CAO of anderszins afgesproken en niet overal heeft de overheid invloed op de hoogte van salarissen.
In de overheidssector is een nullijn afgesproken in het Aanvullend Beleidsakkoord van maart 2009. Dit was een bewuste keuze van CDA, PvdA en CU. De coalitie wilde een start maken met het op orde brengen van de overheidsfinanciën en daarom enkele structurele besparingen realiseren. Letterlijk staat er in het akkoord (p. 14): “Een besparing ad 3,2 mrd (op basis van de veronderstelling: lopende CAO’s worden ongemoeid gelaten en nieuwe CAO’s worden op nominaal nul gezet) uit dien hoofde wordt via de ruilvoet ten gunste gebracht van het EMU-saldo”. Deze lijn werd verdedigbaar geacht vanuit de gedachte van solidariteit van de collectieve sector met de marktsector, met mensen die hun baan hebben verloren (of dreigen te verliezen) en met gepensioneerden. Dat de PvdA nu op deze lijn terug komt, is volstrekt ongeloofwaardig. En dat terwijl nota bene ook het concept-verkiezingsprogramma van de PvdA een besparing inboekt door “gematigde loonontwikkeling”. Wat dat concreet betekent voor de salarissen van agenten en onderwijzers vermeldt het programma dan weer niet! Het CDA is daar duidelijk en eerlijk over; wij zetten in op een loonontwikkeling die de inflatie volgt. ‘Werk boven inkomen’ draagt bij aan het behoud van banen als er bezuinigd moet worden en draagt bij aan kostenbeheersing. Loonmatiging moet echter wel gepaard gaan met afzien van lastenverzwaring om negatieve koopkrachteffecten te voorkomen. En juist daar gaat de PvdA ‘nat’: werkenden krijgen te maken krijgen met hogere belastingen, meer inkomensafhankelijke regelingen en een beperking van de aftrek van de hypotheekrente.
Het voorstel om bewindspersonen meer te betalen, waar al jaren over wordt gepraat, is in de ijskast gezet. In deze tijd past het niet als ministers en staatssecretarissen een loonsverhoging krijgen. Onze bewindspersonen verdienen overigens in vergelijking met andere landen erg weinig. Verder hebben wij als CDA eerder gezegd, dat de ambtenarensalarissen niet meer zouden moeten stijgen dan de inflatie.